Wanneer heeft een landbouwer de beschikking en het beheer over zijn landbouwgrond?

Landbouwers kunnen op grond van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) in aanmerking komen voor directe inkomenssteun op basis van hun bedrijfsomvang in “subsidiable hectares”.  De aanvraag voor directe inkomenssteun moet door de landbouwer worden ingediend bij het nationale betaalorgaan onder opgave van het totaal aan subsidiabele hectares.  Bij de beoordeling van de aanvraag is er herhaaldelijk discussie over de vraag of de opgegeven grond daadwerkelijk aan de betreffende landbouwer “ter beschikking staat”, of hij over deze grond (ook) het “beheer” heeft en of de grond wordt gebruikt voor een “landbouwactiviteit”.

 Samen met Rianne van Bommel heb ik voor het Tijdschrift voor Agrarisch Recht het artikel “Wanneer heeft een landbouwer de beschikking en het beheer over zijn landbouwgrond?” geschreven. Aanleiding was de exotische casus die onderwerp van geschil vormde in het Agrarmark Austria arrest. In dit in 2024 gewezen arrest, maakt het EU Hof van Justitie duidelijk dat een landbouwer een perceel landbouwgrond nog steeds in beheer kan hebben, ook als hij dit perceel tegen betaling van een vaste vergoeding voor onderhoud en oogst heeft overgedragen aan een door hem gekozen gebruiker. Daarmee laat het Agrarmarkt Austria arrest zien dat de hiervoor genoemde begrippen “ter beschikking staan“, “beheer” en “landbouwactiviteit” niet zwart-wit kunnen worden toegepast. Er blijken veel nuances te zijn.

In ons artikel beschrijven wij eerst het wettelijk kader dat van toepassing is op drie begrippen. Aangezien het Agrarmarkt Austria arrest niet op zich staat, laten wij naast dit arrest ook andere arresten van het Hof de revue passeren. Vervolgens kijken wij tevens naar de Nederlandse uitvoeringspraktijk en gaan wij na of die in overeenstemming is met het Unierechtelijk kader. Onze conclusie is dat dit op onderdelen niet het geval is.

door | 14 april 2026 | GMO

Gerelateerde artikelen

ZOEKEN

MIJN VAKGEBIED